Tussendoor: ABSURD

Dat het woord absurd bestaat is een godsgeschenk. Het is een verklaring voor al het onverklaarbare.

Gelukkig zijn kunstenaars meestal mensen die het relatieve van hun eigen absurditeiten inzien en graag een aanwijzing geven dat ze wel degelijk zelf begrijpen dat onzin onzin blijft, en dat ze dus achteraf kunnen zeggen: ”Daarom heb ik het zelf in het kunstwerk aangegeven”.

Marcel DuchampDe handtekening R. Mutt op de pisbak van Marcel Duchamp betekent dat hijzelf wel begreep dat zijn statement over kunst armoedig was, maar daarom op dat ogenblik niet minder noodzakelijk en terecht in die vorm.

John Baldassari, die tussen 1970 en 1977 zijn magere bijdragen leverde aan de hoge kunst van museumfilms, maakte een filmpje ”Insincerely offering a cat a carrot”. De kat is hier duidelijk het publiek dat iets onverteerbaars voorgeschoteld krijgt.

Maar de grootste kunstenaar van onze tijd, Mike Kelley, overtreft met gemak alle absurditeiten van de laatste paar eeuwen. Uitgezocht door de meest absurde tante die we wereldwijd konden vinden. Ann Goldstein zegt over hem: “Werkelijk niets is heilig in zijn werk – niet de zogenaamde hogere cultuur, geschiedenis, literatuur, muziek, filosofie, psychologie, religie of onderwijs. Zijn interesse in de zogenaamde low culture met noties omtrent identiteit en seksualiteit zijn echt baanbrekend”.

U dacht dat de kunsten eigenlijk over schoonheid gingen. Dat is een absurd idee, zo absurd dat het misschien toch terugkomt als de volledig geaccepteerde nieuwe realiteit: De absurde renaissance.

Jan Verhoeven, 2 mei 2013

 

Deze korte column schreef Jan Verhoeven n.a.v. een oproep in de Volkskrant op een column te schrijven in maximaal 250 woorden

Advertenties

DE COMPOSITIE VAN EEN SLEUTELWERK VAN HET ABSTRACT EXPRESSIONISME

Een werk uit 1975 van Ernest Briggs (1923-1984) uit mijn collectie. Woedend is Briggs bij terugkomst in zijn studio aan de 22e straat in New York op deze zonnige dag in 1975. Na 30 jaar Abstract Expressionisme is deze typisch Amerikaanse vorm van moderne kunst wereldwijd bekend.  Briggs voelt zich een van de belangrijkste vertegenwoordigers van deze vooral  New Yorkse stijl, daarom is hij in 1953 verhuist van San Francisco naar de Oostkust, want daar gebeurde het allemaal. Hij werd in 1956 een van de 12 abstract expressionisten die voor het eerst in het Museum of Modern Art in New York werden geëxposeerd. Een grote belofte voor de toekomst.

Maar dat is allemaal bijna 20 jaar geleden.  Briggs is een schilder met veel ideeën, die dus binnen de abstracte kunst voortdurend van stijl veranderd en dat maakt hem niet direct geliefd bij galeriehouders die immers mikken op herkenbaarheid van potentiële kopers. Die middag bleek dat opnieuw toen hij in Soho had rondgekeken, volop oude en nieuwe namen in de galleries, maar de zijne was er niet bij. Toch wist hij zeker dat hij beter dan iedere andere kunstenaar in 1975 had begrepen wat het wezen en de techniek van het abstract expressionisme in de kern betekende .

Gelukkig had hij in zijn studio een groot doek van 180 bij 210 cm klaarstaan, grote kwasten waren er volop om de typerende brede kwaststreek van deze ‘gestural  art’ duidelijk neer te zetten. Met vooral de moeilijke zwarte verf die deze keer bijna het hele doek mocht vullen, en ondanks zijn ‘kleur’ toch transparant , doorzichtig bijna, op het doek kwam. De Fransen zeggen niet voor niets “Le noir est une couleur”.  De gebarentaal  van de hand met de kwast is de rechtstreekse verbinding tussen de hand van de schilder en zijn hart. En het moet er met een absolute zekerheid worden neergezet, want veranderingen of pogingen tot verbeteringen maken het schilderij kapot. In dat opzicht lijkt het op een aquarel, elke streek moet meteen goed zijn anders is alles mis. Voor een aquarel  min of meer vanzelfsprekend, voor een groot geschilderd doek bijna onmogelijk maar in dit geval helemaal gelukt.

Vooral door het toevoegen van subtiele kleurtoetsen verdeeld over het oppervlak zodat de compositie samen met de grove zwarte streken van verschillende intensiteit een prachtig geheel vormt. Veel zwart met paars (in de reproductieblauw), rood, lichtblauw en geel. Subliem.

z.t.

Dit abstracte schilderij zonder titel  is voor mij het technische bewijs dat de abstracte kunst de compositie absoluut  nodig heeft om de schoonheid tot hoofdonderwerp te maken. Dat kan alleen als de schilder naast een goed gevoel voor compositie, ook de schildertechniek  tot in detail en volkomen trefzeker beheerst. Dat is in alle opzichten hier het geval en dat is de reden dat ik dit werk het sleutel werk van het abstract expressionisme durf te noemen.

Ontstaan uit de terechte frustratie van een man die zijn collega’s toeroept: Zie je dat ik de beste ben in deze technieken. Zo moet het gedaan worden. Een  voorbeeld voor de  ontwikkeling van de compositie in de abstracte kunst.  Dat ben ik helemaal met hem eens.

Tussendoor: de compositie en het werk van Oscar Niemeyer en Lucio Costa in Brasilia

Tags

, , ,

De recente dood van Oscar Niemeyer heeft weer even Brasilia, de kunstmatige hoofdstad van Brazilië, in de schijnwerpers gezet.

mercure-brasilia-eixo-map

Een hoofdstad uit het niets te mogen maken moet voor iedere architect de meest gedroomde uitdaging zijn. Een heel nieuwe stad voor miljoenen inwoners te mogen ontwerpen, “from scratch”, op 15000 vierkante kilometers savanne, onbewoond terrein. Met de wetenschap dat die stad vanaf het begin verplicht bewoond gaat worden door statusvragende organisaties zoals de regering van een land met al zijn ambtenaren en alle buitenlandse vertegenwoordigingen bij dat land. Je mag veronderstellen dat er dan uit economische overwegingen vanzelf veel particulier initiatief bijkomt omdat er op alle niveaus zakelijke kansen komen. Wat natuurlijk gebeurde.

De redenen voor een dergelijk plan waren gebaseerd op een grootse visie en ideeën hoe het land Brazilië zich idealiter zou kunnen ontwikkelen. Die waren eigenlijk zo vanzelfsprekend dat al in 1823 door José Bonifácio e Silva (1763-1838), patriarch van de onafhankelijkheid van Brazilië, voorgesteld werd de hoofdstad te verplaatsen naar Goias, een stad duizenden kilometers van de kust en met de naam Brasilia. De belangrijkste reden was dat het achterland van Brazilië economisch nauwelijks werd gebruikt. Het had zich vooral ontwikkeld als een smalle strook langs de Atlantische Oceaan.

Zoals altijd was er een combinatie van plannen en beslissers nodig voor dat er iets van terecht kwam. Die situatie ontstond in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Van 1955 tot 1961 had Brazilië een president, Juscelino Kubitschek, die zoals veel Franse presidenten, zijn naam wilde verbinden aan een groots project dat tijdens zijn regeerperiode uitgevoerd moest worden en dat gestalte gaf aan zijn verkiezingsuitspraak:

“Vijftig jaar vooruitgang in vijf jaar”.

Dat project was Brasilia en de plannen waren van twee geniale architecten:Lucio Costa (Toulon 1902-1998 Rio de Janeiro) en Oscar Niemeyer (Rio 1908-2012 Rio de Janeiro).
Beide architecten hadden veel van de wereld gezien, waren opgeleid in Europa en Brazilië en waren zeer overtuigd van de kwaliteit van hun eigen ideeën. Toen er een internationale architectuurcompetitie werd uitgeschreven voor Brasilia werd Lucio Costa de grote winnaar met zijn in alle bescheidenheid genoemde “stratenplan voor Brasilia” (ondanks dat de inzending niet aan alle voorwaarden voldeed) en werden alle grote gebouwen in de stad ontworpen door Oscar Niemyer. Ondanks dat die gebouwen van een hand waren was de verscheidenheid van die gebouwen groot omdat ze per gebouw de functie uitstralen waarvoor elk gebouw bestemd en bedoeld was.

Hooggerechtshof in Brasilia

Hooggerechtshof in Brasilia

Wat heeft het woord compositie te maken met Brasilia?  Als ooit het woord compositie op zijn plaats is geweest, dan zeker in dit geval. Eerder*) hebben we een goede compositie gedefinieerd als een geslaagde combinatie van gekozen onderdelen. Goede architectuur is niet anders dan een specificatie van eisen te stellen aan de onderdelen die in combinatie een goed totaal opleveren.

Interessant is dus hoe die specificatie van Brasilia er uitzag en in hoeverre de realisatie een gelukte stad heeft opgeleverd. Verrassend was dat het antwoord van Lucio Costa op de architectuurcompetitie voor Brasilia geformuleerd was door middel van een aantal met de hand getekende schetsjes op A4-formaat: Zijn zogenaamde “Stratenplan” in de vorm van een kruis, bijna een driesprong. Dit in tegenstelling tot de andere architecten die kisten vol tekeningen voor de nieuwe stad hadden ingediend.

pp_1to2_b2[1]

pp_3to4_b4[1]

De  achtergrond van Costa’s plan was echter heel diepzinnig vastgelegd in de volgende overwegingen:

  • Hij had zich afgevraagd als een dergelijke stad zich natuurlijkerwijze had ontwikkeld, bijvoorbeeld gedurende 100 of 200 jaar, hoe zou dat verlopen zijn? Hoe beïnvloedt die kennis zijn plan?
  • Hij was zich bewust van het feit dat zijn plan de tegenovergestelde ontwikkeling van een hoofdstad was, die normaal ontstaat uit een regionale ontwikkeling. Dat nu een grote regionale ontwikkeling het resultaat zou zijn van het creëren van deze stad. Wat zou dit betekenen voor Brazilië?
  • Een hoofdstad moet niet alleen een efficiënt apparaat zijn, maar moet ontworpen worden voor het totale maatschappelijke leven van de bevolking van die stad.
  • Dat betekent dat die stad waardig, indrukwekkend en statig moet zijn, allemaal ogenschijnlijk ouderwetse begrippen maar die bijdragen aan fundamentele eisen als orde en kracht in de juiste proporties geplaatst die het totaal een monumentale kwaliteit geven. Niet als uiterlijk vertoon maar op een aantrekkelijke en tegelijk bewuste manier van wat de moeite waard is en dus van voldoende betekenis voor de inwoners. Zodat ze trots zijn op hun stad.
  • Ook belangrijk: Een stad die niet alleen gemaakt is om er efficiënt te werken maar die ook een vitale indruk moet maken, uitnodigend moet zijn en geschikt om er te dromen en intellectueel en artistiek bezig te zijn. Met andere woorden: Het moet een van de schitterende en onderscheidende culturele centra van het land worden.

Lucio Costa beschouwde het bovenstaande als inleidende opmerkingen voordat hij zijn stad in praktische bouwkundige voorstellen ging omschrijven. Zoals altijd zitten er aan elke praktische beslissing voor- en nadelen en zijn besluiten ook bepaald door de geest van de tijd, de 20ste eeuw.

Ik was vanaf de eerste berichten over Brasilia rond 1960 gefascineerd door wat daar stond te gebeuren. Ik wilde het met eigen ogen zien en dat lukte me ergens in de zeventiger jaren, nu ongeveer veertig jaar geleden en ongeveer 10 jaar na de officiële opening in 1960 door de president van Brazilië, Juscelino Kubitschek in het laatste jaar van zijn ambtstermijn.

Vreemd is dat ik me maar vier dingen goed herinner van mijn bezoek aan Brasilia:

  • De stad heeft de structuur zoals ik had begrepen: het stratenplan efficiënt en vooral de grote overheidsgebouwen in de juiste fraaie verhouding langs de brede autowegen.
  • De gebouwen van Niemyer zijn schoonheden van architectuur, zowel qua vorm als van functie: De beste Corbusiergebouwen die ik ooit gezien heb, met fantasie en soms sensualiteit of met een religieuze kwaliteit zoals de kathedraal.
  • Ik kocht in een wijk van schoenmakers de beste mocassins die ik ooit heb gehad. Elke keer als ik ze in de jaren daarna aandeed had ik het gevoel dat ze pasten als een handschoen aan een hand. Ook dacht ik elke keer! met bewondering aan de maker die ik nooit gekend heb. Tenslotte heb ik ze tot op de draad versleten met pijn in het hart weggegooid, maar zonder ze te vergeten.
  • In een Israëlisch hotel in Brasilia heb ik het beste ontbijt ooit gekregen en gegeten. Een ideale combinatie (compositie) van fruit, yoghurt, ei en thee geserveerd op mijn kamer. Is niet weg te branden uit mijn geheugen.

brasilia_foto

Is Brasilia geslaagd in de ogen van de wereld? Als project en als stad? Dus als compositie?
De stad is in 1987 door de UNESCO op de lijst van werelderfgoed geplaatst.
Amerikaanse beoordelaars hebben dikwijls heel tegenstrijdige oordelen binnen een commentariërend artikel: De stad is berucht om zijn “door de wind beheerste leegheid” en de anti-voetgangersmentaliteit waarmee het statenplan is gemaakt.
Tegelijkertijd wordt over de “tot realiteit gemaakte utopie van een stad” gesproken, ook al weet men dat die niet helemaal volgens plan is afgewerkt, maar het heeft wel een stad opgeleverd die een grote “quality of life” heeft bereikt. Waar de bevolking woont in wijken met veel groen met volop mogelijkheden voor sport en andere vrijetijdsbezigheden, geflankeerd door winkels voor voedsel en boeken en allerlei soorten cafés.
De stad is beroemd om zijn gastronomie en relatief goede efficiency voor locaal transport.
Na vijftig jaar wordt de stad nu als bruisend omschreven en heeft nu zoveel historie dat het alleen al daarom de moeite waard is Brasilia te bezoeken.

De stad als geheel is waarschijnlijk het beste voorbeeld van wat een goede compositie van een zo veelzijdig ontwerp kan opleveren: In het Duits prachtig samengevat met het woord “Gesamtkunst”.

DE COMPOSITIE IN DE ARCHITECTUUR

Tags

, ,

Architectuur is het in beslag nemen van ruimte voor menselijke activiteiten op of in de aarde. De architect bedenkt wat hij in het kader van een opdracht aan zichzelf of van een opdrachtgever, nodig heeft om die opdracht vorm te geven in een compositie van onderdelen die liefst een intrigerende vorm van schoonheid zal opleveren. Theoretisch is de ontwerper van een eenpersoons tentje net zo goed architect als de ontwerper van het hoogste gebouw ter wereld.

Of in de tijd gezien: De architect van de Grote kerk in Breda in de 16e eeuw, toen het hoogste gebouw van de wereld, en de architect in Dubai in de 21e eeuw verschillen alleen in tijdstip en dat brengt ons meteen op het feit dat architectuur geen driedimensionaal ambacht is maar vier dimensionaal. Tijd speelt een belangrijke rol. Polshorlogetijd, maar ook begrippen als: Eerder, NU, later, het concept van waaruit de deze week overleden Oscar Niemeyer ‘zijn’ Brasilia ontwierp.

Ook de tijd gedurende de dag is belangrijk voor architectuur. In 24 uur verandert een gebouw door dag en nacht. Daglicht draait met de zon mee, het gebouw verandert door dat veranderende licht en door de weersomstandigheden. Hoe is het bouwwerk binnen en buiten bij daglicht en bij kunstlicht. Er zijn praktische eisen om te kunnen lezen en eisen die gesteld worden om een bepaalde sfeer te bereiken gedurende de dag en nacht.
Architectuur is ook de gedachteflits van 1 seconde waarin het eerste idee van een gebouw ontstaat maar ook de moeizame arbeid van maanden om de vorm en de functies van een complex gebouw vast te leggen in tekeningen. En al dat mensenwerk zo te componeren dat het liefst verrassend mooi blijkt te zijn om er naar te kijken en de functies van het gebouw als praktisch en aangenaam te beleven. Allemaal afhankelijk van een geslaagde, liefst intrigerende compositie.

Soms gaat het nog verder: een uitzichttoren wordt een stad, de Tour Eiffel is Parijs, de kathedraal in Chartres wordt een heel tijdperk, een combinatie van gebouwen en huizen, “the city that never sleeps”, vertegenwoordigt de totale ambiance van New York. Zo worden gebouwen iconen en geven ze een stad allure. Abstracter kun je architectuur bijna niet formuleren, maar belangrijker is ook nauwelijks denkbaar.

In de compositie in de abstracte en figuratieve kunst stelde ik dat zonder een geslaagde compositie de beeldende kunsten niet van groot belang zouden kunnen zijn. Daarom is het niet zo onlogisch dat beroemde kunstenaars aan een mogelijke directe verbinding van de beeldende kunsten en architectuur hebben gedacht en er over hebben gesproken. De Stijl was een groep kunstenaars die dit idee nastreefden en toen het door de buitenwereld niet gewenst bleek te zijn er verbitterd door raakten. Mondriaan was er van overtuigd dat een volledige integratie van schilderkunst en architectuur alleen mogelijk was als er een directe invloed van de schilder in dit proces verzekerd was. Zijn kunst was er bij voorbaat heel geschikt voor. Om dat alsnog te ervaren zou het prachtig zijn om twee echte De Stijl huizen, ontworpen in 1923, alsnog te realiseren en deze drie dimensionale kunstwerken niet alleen als tekeningen op te bergen bij het NAI in Rotterdam. De twee huizen waarom het hier gaat zijn La Maison d’artiste en La Maison Particulière

Maison

Ze werden ontworpen voor de tentoonstelling van de Stijlgroep in de Galerie l’Effort Moderne van Leonce Rosenberg in Parijs en werden door Rosenberg in 1923 uitdrukkelijk als een resultaat van de hele Stijlgroep gebracht. De vier gevels van Maison Particulière zijn 4 levensgrote kunstwerken van 15 x 25 meter, waar de hele wereld naar zal komen kijken als ze ooit gerealiseerd worden. Ze hebben geleid tot een zeer bewoonbaar huis met, toen al, een kamer als fitness ruimte en een groot terras dat bij gebruik als publieksruimte een aantal interessante eigenschappen heeft.
Ook Bart van der Leck en Anthony Kok hadden heel pertinente ideeën over de functie van het abstracte schilderij in woningen. Het is de moeite waard het tijdschrift De Stijl, volume 1, no.1 op internet op te zoeken en dat in heel ouderwets Nederlands nog eens na te lezen.

Het vreemde van de Nederlandse architectuur is dat die altijd wel geïnteresseerd is geweest in grote en kleine gebouwen, interieurs, meubels, design van gebruiksvoorwerpen in huizen, maar veel minder in het ontwerpen van de pleinen in de steden en van de landschappen die logisch en mooi zouden moeten aansluiten aan de steden. Als we het gedachtegoed van Yellow Fellow volgen is juist de architectuur de meest praktische vertaling van kunst en dus van creativiteit in de maatschappij. Toch wordt dat zelden door de bewoners van de steden zo ervaren. Dikwijls vindt men dat eigentijdse architectuur een negatieve ingreep is in het beeld en de ambiance van de stad en waartegen vaak fel geprotesteerd wordt.

Wat overblijft is de vormgeving van huizen voor particulieren. De meest succesvolle architecten hebben daar een naam in opgebouwd die dikwijls wel als een succes werden ervaren, zowel door de opdrachtgever als door de architect zelf.
Voorbeelden zijn de iconografische gebouwen van:

Mies van der Rohe, het Farnsworth house (1946)

47279B_1

Philip Johnson, het Glass House (1949)

philip johnson1

Frank Lloyd Wright, het huis Fallingwater (1937) gecombineerd met een waterval.

Waterfalling, Frank Loyd Wright

Amerikaanse voorbeelden die een geweldig gevoel van zeer persoonlijke ruimte in en met de natuur laten zien. Modern leven in tijden van moderne kunst, maar ook vandaag nog jaloersmakend als symbolen van vrijheid van leven in een zelfgekozen stijl. Huizen die weinig of geen kunst aan de muur nodig hebben omdat ze zelf, onopvallend, kunst zijn. Rust, reinheid en regelmaat vorm gegeven. Een huis dat harmonieus is en een plezierige ambiance uitstraalt. Eenvoudige maar moeilijke eisen, de terechte elementen van een goede compositie.
Naast deze voorbeelden van Amerikaanse huizen enkele uitschieters van Europese architecten zoals de Van Nellefabriek in Rotterdam van Brinkman en Van der Vlugt, om maar dicht bij huis te blijven, en de kapel van Ronchamps van Corbusier. Geweldige voorbeelden van creativiteit die hun vorm vinden in geslaagde composities, eigen aan de plaats en de omstandigheden die gegeven werden.

Altijd is het resultaat van de complexe compositie een ogenschijnlijke eenvoud. En dan blijkt dat dat leidt tot de uitspraak:Tijdloze schoonheid, een groter compliment is niet denkbaar. Of diezelfde uitspraak ook kan gelden voor de recente architectuur, na het jaar 2000, is nu nog niet te zeggen. Er is een ontwerp revolutie gaande die gebaseerd is op de constructierevolutie mogelijk gemaakt door de rekencapaciteit en de algoritmes van de huidige computers.

Die gebouwen die over de hele wereld gebouwd worden zijn groot en dikwijls hoog en dienen voor vliegvelden, kantoren, woontorens, overdekte pleinen, televisiestudio’s en alles war de wereld tegenwoordig aan afgescheiden ruimtes nodig denkt te hebben.

Een eis mogen we blijven stellen, juist in de architectuur, een overtuigende compositie van het geheel. Alle eisen, functioneel en artistiek, gecombineerd tot een harmonieus totaal dat er op de een of andere manier aantrekkelijk uitziet, liefst gedurende lange tijd: Tijdloze Schoonheid.

Tussendoor: de confrontatie van de composities van muziek en abstracte kunst

Tags

, , ,

Op zondagmiddag 25 november 2012 was er bij Yellow Fellow Leidschendam een combinatie van muziek en abstracte schilderijen te horen en te zien die mij als eigenaar en kenner van de schilderijen volkomen verraste. Ik keek naar schilderijen die ik soms al tientallen jaren kende en zag die schilderijen opeens anders, intenser, gedetailleerder, completer en dat alleen maar omdat de situatie voor het bekijken van de schilderijen volledig anders was dan normaal.

Binnen de tentoonstelling waren drie podia gemaakt voor drie schilderijen door voor die drie schilderijen elk 50 stoelen neer te zetten. Door muziekkenners waren muziekstukken uitgezocht van Satie, Debussy, Reich, Glass, Nyman en Clements die naar hun overtuiging te maken hadden met de schilderijen. Met fantasierijke muziekinstrumenten, allemaal variaties op de fluit en een orgelpijp, die  aan de gespeelde muziek hun eigen tint gaven en die op een vanzelfsprekende manier bij de schilderijen ging horen.

Voor mij was de eerste confrontatie die met een groot schilderij van Erik van der Grijn: Sarajevo 1 300 x 660 cm in zes panelen van elk 110 cm en afwisselend in de kleuren geel  en zwart. Ik meende dat ik dit schilderij door en door kende. Ik heb het gezien als onderdeel van Antwerpen als Culturele hoofdstad van Europa in 2001 en daarna op diverse plaatsen o.a. in een kleine kerk in Woudrichem en, gehalveerd in mijn eigen huis bestaande uit de drie rechtse panelen (na een verbaal gevecht met de maker of zoiets wel kon en/of mocht). De musici van het fluitoctet BlowUp! lieten in 8 minuten een nieuw schilderij voor mij verschijnen. Ik leek nieuw en intenser te kijken naar dit mij overbekende stuk.

Dat gebeurde opnieuw in een naar de rest van de kerk afgekeerde, halve cirkel met een gifgroene binnenkant. Daar zijn voor contemplatie en meditatie drie schilderijen opgehangen die sterk contrasteren met de achterwand en op zijn minst verwondering oproepen en aandacht vragen. Deze halve cirkel blijft waarschijnlijk het dichtst bij het oorspronkelijke doel van de kerk. Ik heb al dikwijls de neiging gehad om het een kapel te noemen, in overeenstemming met wat Rothko heeft gedaan in Houston en recent tijdelijk is gebeurd bij  Tate Modern in Londen.
Twee van de drie schilderijen in de groen halve cirkel zagen er voor mij volkomen anders uit als tot nu toe. Ik werd onmiddellijk nieuwsgierig hoe de vijftig omstanders dit, voor de eerste keer, zagen. Jammer genoeg was er geen tijd om dit te vragen en te bediscussiëren.

Bij het tweede podium was het schilderij Mardi Gras van Erik van der Grijn het onderwerp van de confrontatie met de muziek. Leo Samama verklaarde als kenner van de muziek wat het schilderij was (niet wat het voorstelde). Voor mij, ook dit schilderij ken ik al heel veel jaren, kwam vooral door de muziek en de verklaring de compositie nog sterker tot zijn recht. Jammer dat Erik van der Grijn, die hier vorige week nog was helemaal uit Buenos Aires gekomen, dit niet heeft meegemaakt. Ik zou ook graag zijn reactie hebben gehoord. Hij zou er zeker blij en tevreden mee zijn geweest.

Het derde podium was gemaakt voor het schilderij The Wall’s Eye. Ik mocht zelf de tekst bij dit schilderij geven. Uit een zeker recalcitrantie heb ik het gezelschap van vijftig mensen uit de hogere sferen van de muziek gehaald en ze verteld waarom ik het werk gekocht heb, hoe de reactie van mijn oudste zoon (heel positief) en jongste dochter (heel negatief) op dit schilderij waren.
Later bleek dat dat heel geruststellend had gewerkt op de bezoekers. Het is helemaal niet zo gek om per schilderij enorm verschillende reacties te hebben, je kunt er zelfs extra om gewaardeerd worden.

De laatste plaats die bezocht werd was de halve blauwe cirkel die net als de groene met zijn rug naar de rest van de kerk staat en ook weer een andere soort schilderijen van andere makers laat zien. Het zijn witte schilderijen, twee van Seymour Boardman, een van Dorien Melis en een van Ger de Joode. Betrekkelijk kleine schilderijen vergeleken met de reeds besproken schilderijen, maar belangrijk om te ontdekken wat een compositie met weinig middelen (geen kleur) kan zijn. Ik mocht hier de reden van mijn voorkeur uiteenzetten.
De symmetrisch en de asymmetrische witte lijnen Boardman, voor mij excellente voorbeelden waarom het in een compositie kan gaan. Het hoge niveau uitlegbaar en zichtbaar.
Daarna de Ger de Joode waarbij ik het belang van de afstand tot het schilderij aangaf, de verschillen in ervaring met het oog. Ik heb daarbij heel dichtbij genoemd als de chaos ontdekken maar heb niet de tijd genomen ook te wijzen op de verfijning van het detail en de enorme precisie die daar bij hoort.
Bij Dorien Melis moest ik toegeven dat ik de redenen van mijn voorkeur helaas niet kon formuleren. Dat ik het een buitengewoon goed schilderij vind, anders zou ik het niet gekocht hebben, maar dat ik moest toegeven dat ik er geen voor anderen logische argumenten voor kon vinden.
Gelukkig nam Leo Samama dat van mij over en verklaarde hij ook zijn voorkeur voor dit schilderij, zoals hij ook met nieuwe argumenten over Ger de Joode en vooral Boardman sprak. Het is voor mij een ontdekking om muziekmensen over beeldende kunst te horen praten.

Het gedachtegoed van Yellow Fellow heeft als uitgangspunt de cross-over, de verbinding met andere delen van de samenleving. Tot nu toe was de muziek daar te weinig bij betrokken, ook al claimen we als “uitvinding” de bèta opera. Maar het is ook de bereidheid van veel mensen uit allerlei disciplines om bij de verspreiding van het idee van de cross-over mee te doen. Voor deze zondagmiddag was dat vooral het fluitoctet BlowUp!dat op initiatief van Noor Kamerbeek naar Leidschendam was gekomen en samen met Leo Samama de muziek had gekozen die zo goed bij de schilderijen paste, maar ook elk van de musici die onder zorgvuldige leiding tot een ideale confrontatie tot een voor mij grootse prestatie kwam die mij mijn eigen schilderijen opnieuw deed ontdekken.

Ik hoop dat de vijftig of meer gasten die zonder een kuchje de muziek hebben aangehoord, ook net zoals ik, een nieuwe ervaring hebben opgedaan.

Jan Verhoeven, verzamelaar abstracte kunst, 26 november 2012

DE COMPOSITIE VAN EEN BEDRIJF, DE KUNST EN HET LEVEN

Tags

, ,

Vrijdag opende mijn zoon Marc zijn bedrijf, Verhoeven Kantoor Totaal,  op een nieuwe  locatie. Opgegroeid tussen de kunst omringt hij zich met kunst ook in zijn bedrijf. Maar een nieuwe locatie vraag om nieuwe keuzes, er moet een  nieuwe compositie gemaakt worden.  Dat is meer dan gelukt op deze locatie.
Om te beginnen met het werk ‘The Most Beautiful Girl in the World’ van Beth Arthur. De hele hoek waarin dit werk nu opgehangen is wordt op de meest plezierige manier opgefleurd door dit kunstwerk. Het was ook de enige plaats waar dit schilderij kon hangen. Voor mij was het een feest om een schilderij dat ik 30 jaar geleden tijdens mijn tijd als interim manager in Sarasota (Florida) gekocht heb, nu zo stralend terug te zien. Ik herinnerde me plotseling weer de laan met palmen, het leek Italië wel, waar de gallery gevestigd was. Sarasota heeft meer van die “Europese” wijken en had toentertijd veel galleries.

Vervolgens de trap op naar boven waar diverse roestvrijstalen reliëfs van Jaap Egmond zijn opgehangen. Deze zijn zeker bij de gewaagde kleur gekozen van de wanden. Ik denk dat het precies het karakter van VKT ondersteunt. Op de vorige locatie hingen deze reliëfs in de technische onderhoudsafdeling, nu komen ze in de zaak zelf helemaal tot hun recht.

In zijn kantoor is een perfect evenwicht bereikt door de twee schilderijen en het Afrikaanse beeld. Het winterlandschap uit België is terechte nostalgie uit de tijd dat Marc in Braine l ‘Alleud in België woonde. Behalve dit schilderij heb ik ook het Afrikaanse beeld in Brussel gekocht, en de Wil Bouthoorn is een mooi Nederlands abstract schilderij uit 1957, dat toch nog helemaal als van deze tijd kan worden ervaren.

Het kantoor links heeft met zijn ”paarse verticale vlakjes” van Egmond net het goede accent en is bovendien een dankbaar onderwerp om te vertellen over de andere Egmond, anders dan de rvs-reliëfs.

Het kantoor rechts is door de twee kleine Boardmans plotseling heel bijzonder geworden. Boardman komt hier helemaal tot zijn recht, de kunstenaar krijgt hier gelijk, hij beïnvloedt de ruimte volledig met twee kleine schilderijen.

De drie kantoren naast elkaar zijn voorbeeld en van hoe het karakter per kantoor volkomen verschillend kan worden door de keuze van de kunst en dat ze toch ook met elkaar in harmonie zijn omdat het allemaal voorbeelden van kantoren van deze tijd zijn.

Tenslotte is de zeefdruk van Willem de Kooning precies goed opgehangen op een plek waar geen kleur meer nodig was, maar een interessante onderbreking van de wand wel op zijn plaats is.

Een groot compliment voor het totale eindresultaat, een prachtige compositie. Er zal nooit bewezen kunnen worden in hoeverre het tot het zakelijk resultaat van de onderneming bijdraagt. Een ding is zeker: Marc voelt zich hierin thuis en het onderstreept in alle opzichten dat zijn onderneming van deze tijd is en Menna Kruiswijk heeft opnieuw bewezen dat ze in elke toevallige omgeving waar ze voor gezet wordt een maximaal resultaat behaalt met de keuze van kunst in een gegeven ruimte. Harmonie door een ruimtelijke, driedimensionale compositie.

DE COMPOSITIE IN DE EUROPESE KAMASUTRA

Tags

, ,

Een van de meest verrassende aspecten van de Westerse samenleving is de primitiviteit van de beschrijving van de seksuele relatie. Ten minste voor zover die gaat over de een-op-een relatie tussen man en vrouw. “Die dag lazen zij niet verder”. Overlaten aan de fantasie van de lezer was toen niet de slechtste oplossing.

Ingewikkelde driehoeksverhoudingen, homoseksuele relaties en de omschrijving daarvan in gay parties in Berlijn, zogenaamde decadente kunst van de pompfolklore van 7 mannen met elkaar: het zijn beschrijvingen die je in een paar dagen kranten lezen krijgt aangeleverd en die worden gemaakt omdat iedereen gelooft in de eeuwenoude kreet: “Sex sells”. Kranten en tijdschriften laten graag weten dat we niet meer in de jaren vijftig leven. Dat vandaag de dag alles kan, zelfs moet en dat we ons zelf daarvoor graag decadent laten noemen. Maar het blijft saai en vooral realistisch in de zin dat het tot wanhoop leidt. De bazen van de porno plegen zelfmoord.

Daarom is er een prijs voor de slechtst geschreven seksscene. Lulu Wang is er nog boos over en zegt dat de gewraakte beschrijving zelfs helemaal geen seksscene was! Dit is de tijd dat 15 sekskanalen in de aanbieding van Ziggo zo saai zijn dat ze geeuwend verlaten worden, vooral nadat ze een tijdje gratis worden aangeboden en je jezelf niet wilt lastig vallen met wat ik hierboven al de pompfolklore heb genoemd. Het op-en-neer van de penis in een voorkant of achterkant, op film met verwrongen gezichten van de inspanning. Het zou uitnodigen tot een geheim genoegen dat wij in deze decadente tijden zomaar gratis krijgen aangeboden.

Tegelijkertijd is er in Amerika in drie delen Fifty shades of gray verschenen dat vooral verwarrend en dus aantrekkelijk schijnt te zijn omdat feministen het omgekeerde schrijven en praktiseren wat ze prediken. Maar dat was al eerder zo. Het waren vrouwelijke schrijvers die al eerder de “verkeerde” verhoudingen omschreven in “Het ritsloze nummer” en de “Story of O”.

Maar er lijkt verandering op komst. De serieuze, maar ook populaire, Engelse filosoof Alain de Botton, durft een boek te schrijven over de beleving van seks. Omdat filosofie, de moeder van alle wetenschappen, door iedereen als serieus wordt beschouwd is er kans dat zijn pleidooi ook serieus wordt genomen. Dan zou er eindelijk een sfeer ontstaan waarbij de een-op-een relatie misschien zelfs ontspannen en volwassen mag zijn.

De auteurs van “De omgekeerde Einsteinformule“ doen dat in ieder geval wel. Bij hen staat de E in de formule niet vooraan voor Energie, maar eindigt de formule in de E voor extase. Twee beeldende kunstenaars: Johan Claassen en Dorien Melis en een schrijver, Jan van Bleskensgraaf, hebben een geïllustreerd verhaal gemaakt dat alle kwaliteiten van de geslaagde compositie heeft. In de illustraties zijn drie kanten van de erotiek te vinden: de schoonheid van Matisse, een vleugje Francis Bacon, maar ook de abstractie van het zenuwstelsel dat het genot transporteert. En teksten die gebaseerd zijn op de complexe structuur van een veelzijdig spel, soms languissant, soms pittig door gelijktijdigheid van activiteiten, maar altijd zonder hulpmiddelen.

Het beschrijft vrijen met alles wat er op en aan een lijf zit, in de juiste volgorde (zo die al bestaat) en gebaseerd op levenslange ervaringen. Van een nieuwe liefde met eindeloos veel tijd: een hele dag ongestoord in bed met aanvoer van genoeg drank en voedsel, op een zonnige warme dag en gestart tussen krakend schone witte lakens die nog ruiken naar de was. Latere ervaringen dat het ook korter heel goed kan zijn.

2000 Ontmoetingen later blijkt dat er ook in 2 x 20 minuten twee volledig voldane mensen het bed verlaten. Voorwaarde is dat de compositie in stand blijft. Want compositie is de voorwaarde dat de onderdelen, de heel realistisch beschreven onderdelen van de vrijpartij, schoonheid opleveren en een intense voldoening. De kunde van het detail en de combinaties van de details. Een abstract kunstwerk. Dat zelfs achteraf de daders intrigeert.

Waarom was het zo goed? Omdat de compositie gezocht werd. De details werden aangepast aan het moment, de reacties van de ander. Daarom.

Voor de toekomst: dat het detail serieus wordt genomen.”The devil is in the details”. Een spreekwoord waarvan de onderzoekers zeggen dat het oorspronkelijk was: God is in the detail. Daarom is het goddelijk lekker.

Het boek De omgekeerde Einsteinformule wacht op de financiering door crowd funding. Pas wanneer we minstens 100 liefhebbers-bij-voorbaat hebben (75 euro) gaat het boek geprodueerd worden. Voor de 75 euro ontvangt elke deelnemer de eerste druk van het boek in een luxe uitvoering. De kans bestaat dat deze eerste druk een collectors’ item wordt. Doe je mee?

Tussendoor: de compositie en het werk van Wianda Keizer

Tags

, ,

Wianda Keizer is een no-nonse Groningse kunstenaar die al jaren deel uitmaakt van mijn verzameling. Zij definieert haar werk op uiterst nuchtere en heldere manier in het boek
Tussen ratio en intuïtie, reacties op abstracte kunst: “Het is een zoeken naar vorm: subtiel en gevoelsmatig. Kijken naar licht en donker. Je laten leiden door een materiaal, iets dat raakt en waarmee je iets wilt doen, zo abstract is het. Eenvoudige vormen die als het ware gaan leven of in ieder geval een eigen leven krijgen, die iets uitstralen van liefde voor vorm en materiaal, een genegenheid voor herhaling van dezelfde en toch enigszins andere vorm, ritme, lijn, maar op een zo puur mogelijke manier vorm gegeven, ontdaan van alle poespas en tierelantijnen, misschien ook wel zo minimaal mogelijk.Misschien is het dit: Om met minimale middelen een zo groot mogelijk resultaat te krijgen.

Vaak denk ik bij een beeld of installatie als het bijna af is: Is het wel genoeg? En even bekruipt me dan de angst dat het te weinig is maar al gauw weet ik dat dat ook zijn kracht is, zijn puurheid, ook het lef om het te laten zien. Het wordt toch wel begrepen door de goede verstaander. En voor de iets minder goede verstaander is uitleg nodig, waardoor mensen er doorheen kunnen kijken, en daadwerkelijk zien en enthousiast raken; een heel mooi iets.

Mijn abstracte kunst is een poging om iets als liefde voor materie en vorm te laten zien, om je mee te laten voeren en een emotie te ervaren van iets wat ik niet beschrijven kan, maar wel voel. Voor mij is dat voelen heel belangrijk, ervaren, en als mijn werk emoties oproept bij mensen maakt mij dat blij. Het werkt. Kunst doet iets met mensen, mensen worden geraakt, het kan zijn dat beelden vast blijven zitten op het netvlies van een mens”.

Het is een lange quote van haar verhaal dat getiteld is: “Ik-wil-iets-maken” waarin ze zegt dat ze het vooral voor zichzelf doet en omdat zij niet zonder dat maken kan leven.
Haar verhaal is de perfecte omschrijving van dat wat Kandinsky beweert in zijn beroemde boek:
Das Geistige in der Kunst: Dat het alleen de innerlijke noodzaak tot scheppen de ware kunst maakt.

Daarbij speelt ook het gevoel een grote rol en dan blijkt dat ook minimal abstract art fantasierijk en mysterieus kan zijn, de voorwaarden voor intrigerende kunst.

Doordat een van de werken van Wianda Keizer beschadigd was geraakt, kwam zijzelf het werk restaureren. Om praktische redenen moest dat dicht bij mijn huis gebeuren. Toen bleek opnieuw de zorgvuldigheid waarmee deze kunst gemaakt wordt.
Het werk heb ik zelf omschreven als een luchttekening omdat het bestaat uit ijzerdraad dat handmatig tot een raster is gevormd, zoals een stuk kippengaas industrieel gemaakt wordt en dan een eenvormig raster vertoont, is dit raster met opzet onregelmatig, maar met een compositie van lagen met verschillende rastergrootte. De verfijning bestaat er in om bepaalde openingen van het raster in de smalle lagen op te vullen met was. De ijlheid van de constructie blijft behouden, maar er is een fijnzinnig verschil in rasteropeningen met en zonder witte vulling. Het is in mijn beleving een intrigerende compositie. Maar het levert ook een probleem op.

Hoe hang je zoiets op? Want de manier van ophangen kan iets toevoegen of het effect, bijvoorbeeld tegen een witte wand, volledig teniet doen.

Wianda stelde voor op de plaats die beschikbaar was tussen twee ramen in, het werk op 10 cm van de wand af te hangen en het in de ruimte tussen de twee ramen een mooie compositie te laten vormen met zijn omgeving. Dat werd bepaald door de ramen links en rechts, de ophanghoogte van het werk en de afstand tot de muur. Allerlei technische oplossingen werden ter plaatse bedacht om
het werk met zijn eigen verfijnde compositie in de context van de omgeving te zetten zodat er een optimale oplossing ontstond. Op deze manier zagen wat de Duitsers zo mooi noemen: Een Gesamtkunstwerk, door de uitgekiende compositie van het werk in een zorgvuldig gekozen omgeving te hangen.

Zelden hebben we de gelegenheid om de kunstenaar zelf tot in detail te laten bepalen hoe zijn of haar werk gehangen wordt. Dit was zo’n keer en het resultaat is dan een geweldige voldoening, zowel bij de kunstenaar als bij de verzamelaar.

Wat diezelfde middag ontstond was opnieuw mijn waardering voor de zorg waarmee een kunstwerk gemaakt wordt. Hierboven zei ik heel terloops dat Wianda het kunstwerk restaureerde. Maar het opnieuw vullen van het raster met witte was bleek een zeer tijdrovend proces, dat allen een houdbaar resultaat oplevert als het in dunne laagjes met een kwast wordt aangebracht.

Deze restauratie duurde vier geduldige uren. Minimal art vergt dikwijls veel tijd vanwege de precisie waarmee het gemaakt moet worden. Het brengt gelukkig ook heel lang kijkplezier.

DE COMPOSITIE IN HET BEDRIJFSLEVEN

Tags

, ,

De vorige verhalen gingen vooral over de relatie tussen de compositie en onderwerpen in de culturele sector. Daar is het belang van de compositie vanzelfsprekend, voor beeldende kunst, muziek, fotografie, design, architectuur, gastronomie, dans. Deze keer is dat belang, namelijk de doelmatigheid als resultaat van een goede compositie in het bedrijfsleven, helemaal niet vanzelfsprekend, dus des te interessanter.

Toen ik, lang geleden, 19 jaar oud was kwam ik achtereenvolgens met vier verschillende bedrijven in aanraking. Het was telkens voor drie maanden: De PNEM in Haarlem, de KEMA in Arnhem, een ijzergieterij in Breda en met Philips in Eindhoven. Ik leerde uiteenlopende organisaties in het bedrijfsleven in de praktijk kennen: Energiedistributie en het onderhoud er van, kwaliteitsbewaking met een keurmerk gebaseerd op technisch onderzoek, producten als toeleverantie voor andere bedrijven en producten voor de eindgebruikers/consumenten.

Vooral Philips bleef me bij als een compleet bedrijf. Dat wilde toen voor mij zeggen met een eigen Research afdeling (Het Natlab) en per Hoofdindustriegroep eigen ontwikkelingsafdelingen, productievoorbereidingen, productiebedrijven, centrale verkoopafdelingen, marketingafdelingen en verkoopafdelingen per land. Deze organisaties werden ondersteund door financiële afdelingen, personeels- en organisatie afdelingen (vandaag HR) en een uitgebreide inkoopafdeling. Natuurlijk ook een juridische afdeling o.a. voor het uitbaten van de patenten.
En een technisch-commerciele afdeling, waar ik later tien jaar zou werken, die de tegenstellingen tussen de onderdelen verkoop en productie moest voorkomen of beslechten en klachten van klanten moest behandelen.

Al deze organisatorische onderdelen zorgden gezamenlijk voor een goed financieel resultaat. Het personeelsbestand wereldwijd was toen meer dan 300.000 mannen en vrouwen.
Er was destijds grote overeenstemming over wat de aandelenbeurzen waar Philips genoteerd was zoals in Amsterdam, Londen en New York waren: Een combinatie van onbetrouwbare lieden die op korte termijn speculeerden met onze belangen. Waar je je niets van aan moest trekken want ze waren nu en dan alleen maar nodig om geld te leveren voor verdere uitbreiding. Je moest dit soort leveranciers redelijk behandelen, maar niet te veel macht laten krijgen. Het uitgangspunt was dat we allemaal werkten voor één grote Philipsgemeenschap en dat speculanten daarvan geen onderdeel uitmaakten. Wel de gewone leveranciers en natuurlijk de klanten.
Shareholders’ value zou toen een scheldwoord zijn geweest.

Het was een uitgekiende compositie van belangen en mogelijkheden ten dienste van eenhoger doel: Het belang van alle leden van de Philipsgemeenschap. Die kon je samenvatten in een organisatie die de Platobegrippen: Het Goede, het Ware en het Schone bij elkaar bracht. Compositie is een abstract woord voor organisatie.

Yellow Fellow gebruikt meer woorden die ongewoon zijn in het bedrijfsleven omdat we menen dat deze woorden van groot belang zijn. Zoals filosofie in de oude betekenis van het woord: Waarom doen we wat we doen en wat zouden we idealiter moeten doen.
Het is de basis om tot een goede strategie binnen de compositie te komen voor de lange termijn. Om daar aan bij te dragen heeft Yellow Fellow twee denktanks: Een met een bezetting van 9 personen van boven de 40 jaar en een jonge denktank met een bezetting van 20 tot 40 jarigen.

Ook verdedigt Yellow Fellow het idee dat innovatie gebaseerd is op creativiteit. De kunsten zijn gebaseerd op creativiteit. Daarom is het goed de kunsten in contakt te brengen met het bedrijfsleven. In de tijd van Plato waren de academies voor kunsten en techniek nog gevestigd op dezelfde campussen. Toen was de wederzijdse bevruchting tussen techniek en kunst vanzelfsprekend en dan wordt ook de betekenis van een woord als compositie vanzelfsprekend:
Het ordenen van de onderdelen van een organisatie tot een harmonisch en intrigerend geheel. Daarmee is het begrip compositie van groot belang voor een goed functionerend bedrijf.

Er moeten ook nog wat voorwaarden van meer algemene aard vervuld worden voor we dit idee kunnen toepassen. Het belang van compositie werkt alleen dan goed als het bedrijf geleid wordt door mensen die bezielend leiding geven, die nieuwsgierigheid een deugd vinden en weten dat de mensen in hun bedrijf niet alleen de linker hersenhelft (de ratio) moeten gebruiken, maar ook de rechterhelft (de intuïtie).
Een directie die werknemers beschouwt als medewerkers. Een directie die een structuur aanbiedt waarbij het duidelijk is WAT van elke medewerker gevraagd wordt, maar die het HOE hij dat wilt realiseren aan hem of haar durft over te laten.

Als aan al die voorwaarden wordt voldaan, dan wordt compositie pas echt belangrijk, want dan is dat het sluitstuk om tot een efficiënt bedrijf te komen. En ik herhaal wat aan het begin van deze serie mini-essays gezegd is: Een goede compositie is een harmonische combinatie van de onderdelen. Hier zijn de medewerkers de onderdelen, die een team moeten vormen, goed willen samenwerken om de doelen van het bedrijf te realiseren, elkaar het succes gunnen. Dat het ook in heel grote organisatie kan bewees Philips in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw.
Het kan nu ook en heet dan “Het nieuwe werken” en is aangepast aan de mensen van de 21ste eeuw.

Wat niet nieuw hoeft te zijn is het voorop stellen van het algemene belang, van de echte stakeholders van bedrijven. Het is het herontdekken van verloren gegane idealen.
Het op zijn plaats zetten van het begrip shareholders’ value en het vervangen door stakeholders’ value.

Terug naar het gedachtegoed van Yellow Fellow: De creativiteit bevorderen door de mind te openen volgens het Engelse spreekwoord: “The mind is like a parachute, it only functions when open”
Daarom heeft Yellow Fellow het programma Mindsetting ontwikkeld. Eerst het hoofd leegmaken. Het staat iedere dag in de krant zoals het gezegd wordt door sportlieden, wetenschappers, kunstenaars in alle mogelijke variaties:“I have to clear my mind”, “Ik heb ruimte in mijn hoofd nodig”. Want dan word ik niet afgeleid door allerlei zorgen of niet-terzake-gedachten. Het kan op een passieve manier gebeuren door een strandwandeling en je hoofd leeg te laten waaien. Of een zeiltocht te maken of paard te rijden zodat je al je zintuigen moet inzetten om geen fouten te maken.

De beste methode is de actieve Yellow Fellow methode: abstracte kunst kijken en daardoor nieuw te leren kijken. De fantasie en de verbeeldingskracht worden aangesproken in dialoog met de kunst. Op zijn best leidt dat tot innovatief leiderschap, gebaseerd op een intrigerende compositie van het bedrijf.

DE COMPOSITIE IN DE GASTRONOMIE: SMAAK EN BEELD OP HET BORD

Tags

,

Dit is het vijfde essay in de serie van 12 over de compositie. Opnieuw met als uitgangspunt dat vormgeving aan bepaalde intuïtieve wetten gehoorzaamt en in dit geval leidt tot schoonheid op het bord en intrigerende harmonie van de smaak in de mond.

Ik geef toe dat mij deze keer de schrik om het hart slaat dat ik überhaupt aan dit onderwerp durf te beginnen. Tegelijk is dat een reden om het aan de orde te stellen. De andere kant is dat ik mijn hele leven dagelijks eet, meer dan 80 jaar lang. Ik zou er met deze jarenlange ervaring iets van moeten weten en van kunnen vinden.
Toch is mijn uitgangssituatie niet gunstig. Mijn moeder had een hekel aan koken en beschikte alleen over een houtgestookt fornuis dat onderin een brede schoorsteen van een boerderij stond en in die schouw werd vlees gerookt. Ze was wel van goede wil. Nu en dan zei ze: Je moet vandaag goed proeven want ik ben er bij het koken de hele tijd bijgebleven. Gewoonlijk dus niet.

Zelf heb ik nooit leren koken. Ik begrijp heel goed dat dat een onmogelijke uitspraak is. Theoretisch kun je dan nauwelijks overleven, zeker niet nu ik alleen woon en geen gebruik maak van allerlei sympathieke diensten om mij van voedsel te voorzien en dus moet ik terugvallen op pizza en eenpersoons maaltijden van MC1000 of AH.

De eerlijkheid gebiedt me om ook te melden dat ik veel heb mogen eten in een zakelijke carrière die zich grotendeels wereldwijd afspeelde. Die kende weinig financiële beperkingen en ging samen met de verplichting al die lokale hebbelijkheden te leren kennen en waarderen. En op zijn minst te zeggen dat ik het lekker vond, dus dacht ik er ook wel over na, zonder erg avontuurlijk te zijn.
Want ik had, eigenaardig genoeg, uit mijn Brabantse boerenleven wel twee absolute waarheden overgehouden: Vet is smerig, vermicelli is smakeloos en qua vorm onplezierig in de mond.

En dat laatste was mijn vroegste culinaire ontdekking: Iets wat je in je mond nam had letterlijk een smaakvorm: aardappelen of rijst, soep of verschillende soorten groenten proeven verschillend gebaseerd op de vorm in je mond. Die afschuwelijke vette huid van kip werd in China in een goed restaurant met Chinese Eend een lekkernij. En in New York vertelde een Française mij waar je in New York ook lekkere burgers met cola (vóór de verandering van het recept!) kon eten.
En wonend in België werd eten echt een serieuze zaak. Dat was een onderwerp waar je als kind over mee leerde praten, want op zondagen was het echte uitje een bezoek aan een restaurant, waar ook andere families in groten getale aan het eten waren en kinderen vanaf 10 jaar, van de ouders afgeluisterd, meningen verkondigden over voedsel. Dat was een vorm van beschaving, zonder meteen te hoeven leren koken.

Het werd pas echt serieus en van groot belang in Frankrijk, waar je leerde dat een man in een grote organisatie, die weinig van zijn vak begreep, toch tot grote hoogte in de hiërarchie kon stijgen omdat hij het beste begreep hoe en waar je in dat grote Parijs het lekkerst kon eten en dus culinaire know how had!

Langzaam werd me duidelijk dat er, net als in de kunst, een deel van het savoir vivre bestond uit kennis over zo iets dagelijks als voedsel: Dat mensen daarvoor in Frankrijk vele kilometers omreden, neen, dat er daarvoor mensen uit de USA kwamen overvliegen om een avond Het Meest Perfecte Voedsel te genieten. In La Tour ‘Argent met zicht op de Notre Dame in Parijs. En dat die vreemde Amerikanen, zonder personeel, maar wel in grote huizen wonend in Connecticut ten Noorden van New York, een mooie Franse maaltijd konden koken. Al in de zestiger jaren, als honneurs voor de Europese gast. Met wijn, maar wel de avond beginnend met een van de drie soorten whisky Scotch, Irish of Bourbon (Rye), die ze in verschillende merken in huis hadden.

En dat je later zelf in Parijs de geschiedenis van Parijs beter begreep door een bezoek aan La Coupole. Of met je vriendin Le Fouquet aan de Champs Elysees,en amoureux, en wist dat onderweg naar het zuiden in Lyon grootheden uit de Franse keuken woonden: Les Trois Gros, drie broers aan de top van de Franse keuken.

Langzaam, terloops, ontrolde zich het wereldlandschap van het eten. Waarin wetten door gewoonten, beschikbaarheid van soorten voedsel, rijkdom of armoede door de eeuwen smaken hadden gevormd die herkenbaar en heel lekker waren. Soms zou je wensen dat de mensheid datzelfde geduld en evenveel liefde in het seksuele landschap aan de dag zou leggen.

Na zo’n lange inleiding wordt het tijd ter zake te komen. Is het echt mogelijk om van compositie, zelfs intrigerende compositie in de gastronomie te spreken? Van compositie van de smaak, en ja van kleurencompositie, verbonden met de smaak op het bord? Van de goede of slechte smaak van wijnen? Boven of onder de vijf Euro? 10 Euro? 100 Euro? Of van de smaakverschillen, goed of slecht, van mineraalwaters?

Dat het over een compositie van veel onderdelen gaat is wel duidelijk. Bij het bespreken van de kwaliteit van voedsel wordt er de halve wereld bijgehaald. Ik bedoel maar: het gaat meteen over de context: Hoe ziet het restaurant er uit, hoe het personeel, hoe gedraagt het personeel zich, in welke buurt ligt het restaurant en hoe duur is dat allemaal. Het is nog gecompliceerder dan beeldende kunst, het is Gesamtkunst. Zoveel is duidelijk, als er een Duits woord voor bestaat is het pas echt gründlich en moet het diepgaand op alle facetten bekeken worden.

Het is een compositie van zoveel onderdelen dat de echte specialisten professoren worden en een naam opbouwen waarover met ontzag gesproken wordt, met Geheimtipps en het uitwisselen van “adresjes” en met speciale jaarlijks verschijnende boeken (Michelin enz.) om de zich ontwikkelende situaties vast te leggen. Met wereldkampioenschappen die zich over de wereld verplaatsen van Frankrijk naar Spanje en ten slotte Denemarken. U kent de namen die er bij horen: Grondleggers van de Franse keuken, elBulli van Ferran Adria in Spanje, Noma van Rene Redzepi in Denemarken.

Ik mag dus met een gerust hart over compositie van alle bovengenoemde elementaire deeltjes praten. Met het vanzelfsprekende resultaat dat we ons weer kunnen beperken tot de basis: de compositie in de gastronomie die gaat over de smaak en de kleuren van het voedsel op het bord. De rest is bijzaak. Toch?

Dat is nu bon ton in Nederland. Financieel Dagblad persoonlijk wijdde er op 21 januari een groot artikel aan, dat ik heel kort wil samenvatten: “De kok maakt kunst” want de koks zeggen het elkaar na: “We worden erg geïnspireerd door kunst en kunstenaars”. Ze voelen zich daarbij in goed gezelschap want al in de 19de eeuw liet de grondlegger van de klassieke Franse keuken zich inspireren door de architectuur.
De mensen die de punten en de sterren uitdelen willen dat de kok een eigen stijl heeft en zich constant vernieuwt, zoals een kunstenaar zijn kunstwerk maakt. En van een kunstwerk mag je een intrigerende compositie verwachten op basis van nieuwe technieken (moleculaire gastronomie). En neem de Volkskrant van 20 en 27 januari 2012 met de plaatjes van de gerechten van Jeroen Meus uit België en de bekende vrouwelijke kok Jean Beddington uit Amsterdam.
Schoonheden van gerechten die je misschien achteraf verzoenen met de Nouvelle Cuisine als Minimal Art, dus zelfs met de hoeveelheden op het bord.

Een ontwerp van Jean MeusEen ontwerp van Jean Meus