Dat het woord absurd bestaat is een godsgeschenk. Het is een verklaring voor al het onverklaarbare.

Gelukkig zijn kunstenaars meestal mensen die het relatieve van hun eigen absurditeiten inzien en graag een aanwijzing geven dat ze wel degelijk zelf begrijpen dat onzin onzin blijft, en dat ze dus achteraf kunnen zeggen: ”Daarom heb ik het zelf in het kunstwerk aangegeven”.

Marcel DuchampDe handtekening R. Mutt op de pisbak van Marcel Duchamp betekent dat hijzelf wel begreep dat zijn statement over kunst armoedig was, maar daarom op dat ogenblik niet minder noodzakelijk en terecht in die vorm.

John Baldassari, die tussen 1970 en 1977 zijn magere bijdragen leverde aan de hoge kunst van museumfilms, maakte een filmpje ”Insincerely offering a cat a carrot”. De kat is hier duidelijk het publiek dat iets onverteerbaars voorgeschoteld krijgt.

Maar de grootste kunstenaar van onze tijd, Mike Kelley, overtreft met gemak alle absurditeiten van de laatste paar eeuwen. Uitgezocht door de meest absurde tante die we wereldwijd konden vinden. Ann Goldstein zegt over hem: “Werkelijk niets is heilig in zijn werk – niet de zogenaamde hogere cultuur, geschiedenis, literatuur, muziek, filosofie, psychologie, religie of onderwijs. Zijn interesse in de zogenaamde low culture met noties omtrent identiteit en seksualiteit zijn echt baanbrekend”.

U dacht dat de kunsten eigenlijk over schoonheid gingen. Dat is een absurd idee, zo absurd dat het misschien toch terugkomt als de volledig geaccepteerde nieuwe realiteit: De absurde renaissance.

Jan Verhoeven, 2 mei 2013

 

Deze korte column schreef Jan Verhoeven n.a.v. een oproep in de Volkskrant op een column te schrijven in maximaal 250 woorden

Advertenties