Tags

, ,

Architectuur is het in beslag nemen van ruimte voor menselijke activiteiten op of in de aarde. De architect bedenkt wat hij in het kader van een opdracht aan zichzelf of van een opdrachtgever, nodig heeft om die opdracht vorm te geven in een compositie van onderdelen die liefst een intrigerende vorm van schoonheid zal opleveren. Theoretisch is de ontwerper van een eenpersoons tentje net zo goed architect als de ontwerper van het hoogste gebouw ter wereld.

Of in de tijd gezien: De architect van de Grote kerk in Breda in de 16e eeuw, toen het hoogste gebouw van de wereld, en de architect in Dubai in de 21e eeuw verschillen alleen in tijdstip en dat brengt ons meteen op het feit dat architectuur geen driedimensionaal ambacht is maar vier dimensionaal. Tijd speelt een belangrijke rol. Polshorlogetijd, maar ook begrippen als: Eerder, NU, later, het concept van waaruit de deze week overleden Oscar Niemeyer ‘zijn’ Brasilia ontwierp.

Ook de tijd gedurende de dag is belangrijk voor architectuur. In 24 uur verandert een gebouw door dag en nacht. Daglicht draait met de zon mee, het gebouw verandert door dat veranderende licht en door de weersomstandigheden. Hoe is het bouwwerk binnen en buiten bij daglicht en bij kunstlicht. Er zijn praktische eisen om te kunnen lezen en eisen die gesteld worden om een bepaalde sfeer te bereiken gedurende de dag en nacht.
Architectuur is ook de gedachteflits van 1 seconde waarin het eerste idee van een gebouw ontstaat maar ook de moeizame arbeid van maanden om de vorm en de functies van een complex gebouw vast te leggen in tekeningen. En al dat mensenwerk zo te componeren dat het liefst verrassend mooi blijkt te zijn om er naar te kijken en de functies van het gebouw als praktisch en aangenaam te beleven. Allemaal afhankelijk van een geslaagde, liefst intrigerende compositie.

Soms gaat het nog verder: een uitzichttoren wordt een stad, de Tour Eiffel is Parijs, de kathedraal in Chartres wordt een heel tijdperk, een combinatie van gebouwen en huizen, “the city that never sleeps”, vertegenwoordigt de totale ambiance van New York. Zo worden gebouwen iconen en geven ze een stad allure. Abstracter kun je architectuur bijna niet formuleren, maar belangrijker is ook nauwelijks denkbaar.

In de compositie in de abstracte en figuratieve kunst stelde ik dat zonder een geslaagde compositie de beeldende kunsten niet van groot belang zouden kunnen zijn. Daarom is het niet zo onlogisch dat beroemde kunstenaars aan een mogelijke directe verbinding van de beeldende kunsten en architectuur hebben gedacht en er over hebben gesproken. De Stijl was een groep kunstenaars die dit idee nastreefden en toen het door de buitenwereld niet gewenst bleek te zijn er verbitterd door raakten. Mondriaan was er van overtuigd dat een volledige integratie van schilderkunst en architectuur alleen mogelijk was als er een directe invloed van de schilder in dit proces verzekerd was. Zijn kunst was er bij voorbaat heel geschikt voor. Om dat alsnog te ervaren zou het prachtig zijn om twee echte De Stijl huizen, ontworpen in 1923, alsnog te realiseren en deze drie dimensionale kunstwerken niet alleen als tekeningen op te bergen bij het NAI in Rotterdam. De twee huizen waarom het hier gaat zijn La Maison d’artiste en La Maison Particulière

Maison

Ze werden ontworpen voor de tentoonstelling van de Stijlgroep in de Galerie l’Effort Moderne van Leonce Rosenberg in Parijs en werden door Rosenberg in 1923 uitdrukkelijk als een resultaat van de hele Stijlgroep gebracht. De vier gevels van Maison Particulière zijn 4 levensgrote kunstwerken van 15 x 25 meter, waar de hele wereld naar zal komen kijken als ze ooit gerealiseerd worden. Ze hebben geleid tot een zeer bewoonbaar huis met, toen al, een kamer als fitness ruimte en een groot terras dat bij gebruik als publieksruimte een aantal interessante eigenschappen heeft.
Ook Bart van der Leck en Anthony Kok hadden heel pertinente ideeën over de functie van het abstracte schilderij in woningen. Het is de moeite waard het tijdschrift De Stijl, volume 1, no.1 op internet op te zoeken en dat in heel ouderwets Nederlands nog eens na te lezen.

Het vreemde van de Nederlandse architectuur is dat die altijd wel geïnteresseerd is geweest in grote en kleine gebouwen, interieurs, meubels, design van gebruiksvoorwerpen in huizen, maar veel minder in het ontwerpen van de pleinen in de steden en van de landschappen die logisch en mooi zouden moeten aansluiten aan de steden. Als we het gedachtegoed van Yellow Fellow volgen is juist de architectuur de meest praktische vertaling van kunst en dus van creativiteit in de maatschappij. Toch wordt dat zelden door de bewoners van de steden zo ervaren. Dikwijls vindt men dat eigentijdse architectuur een negatieve ingreep is in het beeld en de ambiance van de stad en waartegen vaak fel geprotesteerd wordt.

Wat overblijft is de vormgeving van huizen voor particulieren. De meest succesvolle architecten hebben daar een naam in opgebouwd die dikwijls wel als een succes werden ervaren, zowel door de opdrachtgever als door de architect zelf.
Voorbeelden zijn de iconografische gebouwen van:

Mies van der Rohe, het Farnsworth house (1946)

47279B_1

Philip Johnson, het Glass House (1949)

philip johnson1

Frank Lloyd Wright, het huis Fallingwater (1937) gecombineerd met een waterval.

Waterfalling, Frank Loyd Wright

Amerikaanse voorbeelden die een geweldig gevoel van zeer persoonlijke ruimte in en met de natuur laten zien. Modern leven in tijden van moderne kunst, maar ook vandaag nog jaloersmakend als symbolen van vrijheid van leven in een zelfgekozen stijl. Huizen die weinig of geen kunst aan de muur nodig hebben omdat ze zelf, onopvallend, kunst zijn. Rust, reinheid en regelmaat vorm gegeven. Een huis dat harmonieus is en een plezierige ambiance uitstraalt. Eenvoudige maar moeilijke eisen, de terechte elementen van een goede compositie.
Naast deze voorbeelden van Amerikaanse huizen enkele uitschieters van Europese architecten zoals de Van Nellefabriek in Rotterdam van Brinkman en Van der Vlugt, om maar dicht bij huis te blijven, en de kapel van Ronchamps van Corbusier. Geweldige voorbeelden van creativiteit die hun vorm vinden in geslaagde composities, eigen aan de plaats en de omstandigheden die gegeven werden.

Altijd is het resultaat van de complexe compositie een ogenschijnlijke eenvoud. En dan blijkt dat dat leidt tot de uitspraak:Tijdloze schoonheid, een groter compliment is niet denkbaar. Of diezelfde uitspraak ook kan gelden voor de recente architectuur, na het jaar 2000, is nu nog niet te zeggen. Er is een ontwerp revolutie gaande die gebaseerd is op de constructierevolutie mogelijk gemaakt door de rekencapaciteit en de algoritmes van de huidige computers.

Die gebouwen die over de hele wereld gebouwd worden zijn groot en dikwijls hoog en dienen voor vliegvelden, kantoren, woontorens, overdekte pleinen, televisiestudio’s en alles war de wereld tegenwoordig aan afgescheiden ruimtes nodig denkt te hebben.

Een eis mogen we blijven stellen, juist in de architectuur, een overtuigende compositie van het geheel. Alle eisen, functioneel en artistiek, gecombineerd tot een harmonieus totaal dat er op de een of andere manier aantrekkelijk uitziet, liefst gedurende lange tijd: Tijdloze Schoonheid.

Advertenties